B. Mutaties in het financieel perspectief sinds Begroting 2026

B.2. Voorziene autonome ontwikkelingen

In deze paragraaf gaan wij in op de ontwikkelingen van de rente en dividenden in de afgelopen periode en de veranderingen die wij voor de jaren 2026-2030 verwachten. Wij vergelijken deze met onze verwachtingen uit de Begroting 2026 inclusief de bijstellingen daarvan op basis van de Najaarsmonitor 2025. Jaarlijks passen wij op basis van de nieuwste ontwikkelingen en inzichten de rekenrentes en de liquiditeitsprognoses van de provincie en derde partijen aan. Ook doen we dat voor de kasritmes voor de investeringsprojecten.

Renteontwikkelingen
In onderstaande tabel zijn de verwachte rekenrentes van zowel de actuele Begroting 2026 als deze Perspectiefnota 2027 voor de begrotingsjaren 2026 tot en met 2030 opgenomen.


Tabel 11. Verwachte rekenrentes 2026-2030

Jaar

Kort (tot 1 jaar)

Lang (vanaf 1 jaar)

Begroting
2026

Perspectiefnota
2027

Begroting
2026

Perspectiefnota
2027

2026

1,65%

1,90%

2,83%

3,00%

2027

1,40%

1,90%

2,85%

3,00%

2028

1,40%

1,90%

2,84%

3,00%

2029

1,40%

1,90%

2,87%

3,00%

2030

-

1,90%

-

3,00%

Ten opzichte van de via de Najaarsmonitor 2025 bijgestelde raming in de Begroting 2026 is de renteraming voor kort uitgezette middelen aangepast aan de huidige rentestanden en de verwachting voor de komende jaren. Op basis van de meest recente verwachting in de markt wordt voor de korte rente een stabiel rentepercentage van 1,90% verwacht. De officiële (deposito) rente is door de ECB in 2024 en begin 2025 met een aantal stappen verlaagd tot 2,00%. Na de laatste verlaging in juni 2025 is de rente gestabiliseerd. De inflatie vertoont een wisselend beeld en de verwachting in de markt is dat er op korte termijn geen grote rentewijzigingen gaan plaatsvinden. We veronderstellen daarom dat de rente rond deze 2,00% blijft.

Het rentetarief op aangehouden tegoeden bij het Rijk (schatkistbankieren) ligt daar net iets onder in de marktverwachtingen. In de Begroting 2026 is rekening gehouden met een afname van deze korte rente tot 1,65%. Op dit moment is de verwachting dat ook de korte rente stabiel blijft en dat deze rond 1,90% ligt. Voor 2026 betekent dit dat de huidige prognose 0,25% hoger ligt dan de verwachting zoals opgenomen in de begroting 2026. Voor de jaren 2027 tot en met 2030 betekent dit dat de huidige prognose 0,50% hoger ligt dan opgenomen in de Begroting 2026.

Met betrekking tot de renteraming voor lang uitgezette middelen is de raming vorig jaar al enigszins aangepast. Voor de komende jaren is het rentepercentage voor langlopende uitzettingen opnieuw hoger dan eerder geraamd. Op dit moment verstrekken we echter geen leningen voor de lange termijn, waardoor dit niet van invloed is op het meerjarenbeeld. Wel hebben recent verstrekte langlopende uitzettingen een positief effect op het meerjarenbeeld (regel c. Medeoverheden in Tabel 11. Specificatie rente en dividenden).

In onderstaande tabel zijn de financiële gevolgen van de verwachte ontwikkeling van de rente en dividenden opgenomen.

Tabel 12. Specificatie rente en dividenden

(x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

2030

Totaal
2026-2030

Rentelasten

a. Rekening-courant derden

-2.258

1.289

3.369

3.350

3.574

9.324

b. Nazorg

-19

-108

-118

-127

-

-372

Rentebaten treasury

a. Rekening-courant Rijk

5.503

791

-1.452

-1.909

-1.703

1.230

b. Restauratiefonds

25

50

50

-

-

125

c. Medeoverheden

334

215

209

204

199

1.161

d. Nazorg

19

108

118

127

-

372

Rentebaten publieke taak

1.104

-43

593

737

498

2.889

Dividenden

256

256

256

256

256

1.280

Totaal mutatie rente en dividenden

4.964

2.558

3.025

2.638

2.824

16.009

De opbrengsten uit rente worden zo realistisch mogelijk geraamd op basis van de meest recente inzichten met betrekking tot de geld- en kapitaalmarkt en onze liquiditeitsprognoses. Voor wat betreft de ontwikkeling van dividenden baseren wij ons op informatie vanuit de bedrijven die dividend uitkeren. Op basis van recente inzichten zijn de ramingen bijgesteld.

De meest in het oog springende ontwikkelingen, opgenomen in het saldo van de post rente en dividenden in bovenstaande tabel, zijn:

  • De rentebaten treasury zijn in 2026 fors hoger dan eerder geraamd. Dit heeft twee oorzaken. Ten eerste is het verwachte overnight rentetarief op bij het Rijk aangehouden tegoeden met 0,25% gestegen in 2026. Daarnaast wordt dit veroorzaakt door een toegenomen volume aan in rekening-courant bij het Rijk aangehouden tegoeden, zowel van derde partijen (SNN, waarvoor de provincie Groningen de treasury uitvoert) als eigen middelen. In de jaren na 2027 zijn de rentebaten lager dan verwacht tijdens de Najaarsmonitor 2025. Dit wordt met name veroorzaakt door de terugloop en beëindiging van de rekening-courant van het SNN.
  • Deels worden de toegenomen rentebaten treasury via de rentelasten doorbetaald aan medeoverheden (met name SNN) voor bij de provincie Groningen aangehouden tegoeden. Dit levert daarmee per saldo hogere dan voorheen geraamde rentekosten op in 2026. Vanaf 2027 levert dit juist lagere geraamde rentekosten op vanwege de terugloop en beëindiging van de rekening-courant van het SNN.
  • Bij de ontwikkeling van de rentebaten publieke taak speelt in 2026 dat een hybride lening aan de Nederlandse Waterschapsbank (NWB) van € 50 miljoen wederom niet wordt afgelost door de NWB, maar gehandhaafd blijft als eigen vermogen voor de NWB tegen een in 2025 overeengekomen aanzienlijke rentevergoeding (4,24%). Dit levert een rentevoordeel op van afgerond € 2,0 miljoen in 2026. Daartegenover staat dat de trekkingsdatum van een lening aan BioBTX PCP BV is uitgesteld met een jaar, waardoor we nog geen rente ontvangen in 2026 (een nadeel van € 560.000). Samen met een aantal kleinere andere afwijkingen zorgt dit per saldo voor hogere rentebaten publieke taak van afgerond € 1,1 miljoen in 2026.
Deze pagina is gebouwd op 06/04/2026 16:28:50 met de export van 06/04/2026 15:42:14