Het financieel perspectief 2026-2030 is net als andere jaren met risico's en onzekerheden omgeven. De belangrijkste risico's en onzekerheden lichten wij hieronder toe. We beginnen met een aantal ontwikkelingen die op (middel)lange termijn kunnen vragen om provinciale middelen.
Herijking verdeelmodel Provinciefonds
De herverdeling van het Provinciefonds zit in een afrondende fase. Voor de provincie Groningen wordt een structureel gunstig effect verwacht. Wij hebben reeds een bedrag van € 9,2 miljoen structureel per jaar in onze financiële positie verwerkt (tussenstap Begroting 2026). Wat echter nog onzeker is, is of er voor de Begroting 2027 tijdig helderheid is over deze herverdeling én over het bijbehorende ingroeipad. De verwachting is dat de extra middelen niet direct in volle omvang beschikbaar worden gesteld.
Mobiliteit
Op het gebied van mobiliteit zijn er veel projecten, ambities, verplichtingen en wensen. In 2027 loopt het eerste uitvoeringsprogramma af. Voor 2028 t/m 2033 wordt een volgend uitvoeringsprogramma uitgewerkt. De inhoudelijke en financiële keuzes daarin worden gemaakt na de Statenverkiezingen. De focus ligt daarom nu op verplichtingen en prioriteiten voor 2026 en 2027 die nog niet van budgetten zijn voorzien. Een inventarisatie laat zien dat er voor 2026 en 2027 voorstellen zijn met een omvang van respectievelijk € 14,9 miljoen en € 17,8 miljoen. Hiervan hebben projecten met een omvang van € 7,1 miljoen en € 4,3 miljoen een onontkoombare status.
Inzet van additionele Algemene middelen achten we op dit moment niet noodzakelijk: er valt een bedrag van € 35 miljoen aan RSP-middelen vrij. Dat is een terugbetaling van eerdere bijdragen aa n Aanpak Ring Zuid. Dit geld kan worden ingezet als dekking van projecten waarvoor nu provinciale middelen als dekking zijn ingezet. Hiervoor geldt wel dat die projecten moeten voldoen aan de RSP-kaders. Concreet valt te denken aan N33, Groningen Spoorzone en Spoorlijn Veendam-Standskanaal. We schatten in ruim € 25 miljoen uit deze projecten te kunnen labelen aan de RSP-kaders. Daarmee resteert dan nog zo ’n € 10 miljoen aan RSP-middelen en is er binnen de middelen voor mobiliteit ongeveer € 13,6 miljoen aan ruimte voor projecten, onderhouds- en vervangingsopgaven in het volgende uitvoeringsprogramma.
De ruimte die na deze stappen beschikbaar is, is niet zodanig dat een nieuw uitvoeringsprogramma geen additionele structurele en incidentele middelen vraagt. Voor de langere termijn, ruim buiten de planhorizon van deze perspectiefnota, moet namelijk rekening worden gehouden met de impact van het klimaatakkoord en met de nieuwe treinconcessie vanaf 2035 die samen een bedrag van € 100 miljoen overstijgen. Voor de Begroting 2027 willen we enkele scenario’s uitwerken waarin, afhankelijk van de ontwikkeling van de financiële positie, geleidelijk wordt gereserveerd voor dergelijke bijdragen.
Natuur
De realisatie van natuurambities en -verplichtingen vraagt op termijn enkele tientallen miljoenen meer dan er op dit moment beschikbaar is. Dat is onder meer het gevolg van gestegen prijzen, zowel voor grond als aanleg. Ook wordt voorzien dat beheer en onderhoud structureel enkele miljoenen extra gaat kosten na realisatie van alle plannen. Er worden nog gesprekken met het Rijk gevoerd over eventuele extra vergoedingen. Op dit moment is er geen noodzaak om structureel of incidenteel middelen op te voeren. Dat kan op termijn anders worden. Wel is het goed om net als voor mobiliteit scenario’s uit te werken voor de Begroting 2027 om geleidelijk middelen te reserveren.
Cofinanciering Programma Uitvoeringskracht Woningbouw
Het Rijk vraagt voor dit programma om cofinanciering. De exacte status is bij opstelling van deze perspectiefnota nog niet bekend. Er ligt een indicatie van € 1 miljoen tot € 2 miljoen per jaar tot 2035. Tot en met 2028 is per jaar € 1 miljoen beschikbaar in de begroting.
Nij Begun
De provincie gaat jaarlijks voor Nij Begun een decentralisatie-uitkering ontvangen als onderdeel van de uitkering uit het Provinciefonds. Vanuit een kassiersrol wordt dit bedrag een-op-een doorgezet naar de nog op te richten gemeenschappelijke regeling Nij Begun. Die is verantwoordelijk voor de besteding en voor het financiële resultaat. Risico’s voor de provincie zijn daarmee weggenomen. De administratieve processen moeten hiervoor nog worden ingeregeld.
Verschillende initiatieven uit Nij Begun vragen om cofinanciering van de provincie. Enkele onderwerpen zijn in deze perspectiefnota als onontkoombaar aangemerkt. De verwachting is dat deze lijst niet compleet is en dat er in de nabije toekomst vaker een beroep op de provincie wordt gedaan (bijvoorbeeld voor de Economische Agenda). De initiatieven zijn benoemd in de Economische Agenda. Dat betekent dat we eerst, waar mogelijk, bestaande middelen vanuit Provinciale meefinanciering willen inzetten.
Werelderfgoedcentrum Waddenzee (WEC)
Het WEC heeft een belangrijk publiek belang als het gaat om werkgelegenheid, brede welvaart en economische stimulering van de regio. Daarom doorlopen wij gezamenlijk met de gemeente Het Hogeland een onderzoekstraject om inzicht te krijgen in de financiële situatie. Op dit moment zijn er geen financiële risico’s voor de provincie. Het is niet uit te sluiten dat er uit het lopende onderzoek financiële consequenties voortkomen. Wanneer dit traject is afgerond zullen wij uw Staten hierover op de hoogte brengen.
Specifieke uitkeringen (SPUKs)
SPUKs bieden ons de mogelijkheid om eigen doelen en ambities te realiseren en daarnaast ook bij te dragen aan additionele ambities van de rijksoverheid. Ze gaan gepaard met verantwoordingsregels, wat beheersing soms complex maakt. We houden rekening met een oplopend gebruik van SPUKs door het Rijk. Dat gaat de druk op de beheersbaarheid vergroten. Een bijkomend punt is dat de provincie door alle SPUKs een aanzienlijke tijdelijke inkomstenstroom heeft. In de huidige arbeidsmarkt passen tijdelijke contracten niet goed. Dat zorgt voor disbalans tussen personele verplichtingen (in vaste contracten) en de financiële dekking ervan (via de tijdelijkheid van SPUKs). Dat vraagt om continue sturing en aandacht.
Toekomst provinciaal belastinggebied
Het demissionaire kabinet Schoof heeft medio 2025 de contourenbrief autobelastingen gepresenteerd. Hierin wordt een mogelijke hervorming geschetst van de autobelastingen, zodanig dat deze toekomstbestendig blijven en gericht zijn op het realiseren van klimaatdoelstellingen en stabiele overheidsfinanciën. In de contourenbrief wordt voor iedere huidige autobelasting een vergelijkbaar alternatief gepresenteerd. Voor de provincies is de motorrijtuigenbelasting (mrb) van belang vanwege de provinciale opcenten hierop. De huidige mrb is een belasting op het bezit van een voertuig en afhankelijk van het gewicht van het voertuig. Aangezien elektrische voertuigen zwaarder zijn dan voertuigen aangedreven door fossiele brandstof is in de huidige mrb een korting van toepassing op de mrb voor elektrische voertuigen. Deze korting werkt echter in het voordeel van de zwaardere voertuigen. De oplossing voor dit probleem wordt in de contourenbrief gevonden door de mrb niet naar gewicht te differentiëren, maar naar de oppervlakte van het voertuig.
In februari 2026 is het huidige kabinet Jetten aangetreden. In het regeerakkoord 'Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland' is opgenomen dat verder onderzoek wordt gedaan naar een toekomstbestendige hervorming van de autobelasting naar oppervlakte of omvang binnen de mrb, waarbij de voorwaarde is dat automobilisten er niet op achteruit mogen gaan. Voor de provincies blijft dan de mogelijkheid bestaan om opcenten te heffen.
Geopolitieke ontwikkelingen
Hoewel ze buiten de invloedsfeer van de provincie liggen, hebben geopolitieke ontwikkelingen wel hun invloed op ons. Onrust heeft – soms tijdelijk, soms permanent – effect op de beschikbaarheid en prijzen van producten en grondstoffen of op rente en inflatie. Dat zien we vervolgens terug in de voortgang en het financiële resultaat van bepaalde projecten. Zoals gezegd hebben we er geen invloed op. We kunnen hooguit zo snel mogelijk de impact signaleren als die er is.